Wat je leest als de wereld buiten lawaaiig is

Er zijn periodes dat ik merk dat ik anders lees. Niet minder, maar anders — met een soort waakzaamheid die ik normaal niet heb, alsof de zinnen harder werken omdat er buiten iets schuurt. De laatste tijd is dat gevoel er voortdurend, en ik ben benieuwd of jij dat ook herkent: dat boeken iets anders van je vragen als de actualiteit luid is. Wat ik dan grijp, wat ik dan loslaat, en waarom sommige titels plotseling precies goed aanvoelen — dat is waar ik het vandaag over wil hebben.

De keuze voor het boek als tegenwicht

Ik heb jarenlang in een boekhandel gewerkt en ik weet hoe mensen boeken kiezen als ze gespannen zijn. Ze grijpen naar het vertrouwde: een auteur die ze al kennen, een genre dat ze nooit teleurstelt, een cover die rust uitstraalt. Dat is begrijpelijk, maar het is ook een beetje jammer, want juist in gespannen tijden lees ik de scherpste dingen. Niet omdat ik mezelf wil kwellen, maar omdat een goed boek de werkelijkheid niet wegdrukt maar er een taal aan geeft — en dat is iets heel anders dan escapisme.

Wat ik merk is dat ik in zulke periodes vaker naar non-fictie grijp, maar dan niet naar de geruststellende soort. Ik zoek boeken die een situatie analyseren zonder me te vertellen hoe ik me moet voelen. Dat is zeldzamer dan het lijkt. Veel non-fictie is in wezen een verlengde column, met een these op pagina één en tweehonderd pagina’s bevestiging. Dat lees ik ook, maar ik ben er sneller mee klaar dan de auteur zou willen.

Wat journalistiek en literatuur gemeen hebben

Er is een grens die ik altijd interessant heb gevonden: de grens tussen het boek dat reageert op de wereld en het boek dat de wereld probeert te begrijpen. Journalistiek werkt in de eerste modus — snel, precies, gericht op wat er nu is. Literatuur werkt in de tweede. Maar de beste boeken die ik ken, doen allebei, en dat is precies waarom ze moeilijk te categoriseren zijn in een boekhandel.

Ik denk aan de manier waarop verslaggevers soms romans schrijven die journalisten zijn, en hoe die romans dan altijd iets ongemakkelijks hebben — alsof de auteur het gewend is om feiten te verzamelen maar niet weet wat hij ermee moet doen als hij ze niet mag citeren. En omgekeerd: de romancier die zo diep in een maatschappelijk thema duikt dat je vergeet dat alles verzonnen is. Dat tweede vind ik mooier, maar ik begrijp ook waarom het eerste vaker verkocht wordt. Herkenning is een krachtig verkoopargument.

Mediageletterdheid als leescompetentie

Hier wil ik even stilstaan bij iets wat me al langer bezighoudt, namelijk de vraag of lezen — echt lezen, het soort waarbij je een boek uitlas voor je erover praat — een andere vaardigheid is dan de vaardigheden die we nu mediageletterdheid noemen. Scholen besteden steeds meer aandacht aan het herkennen van desinformatie, het vergelijken van bronnen, het begrijpen van hoe een nieuwsbericht tot stand komt. Dat is goed en nodig, en als je wil weten hoe dat debat in Nederland gevoerd wordt, kun je terecht bij berichtgeving op de NOS, die dit soort ontwikkelingen in het onderwijs geregeld volgt.

Maar ik vraag me af of we daarmee ook iets verliezen. Mediageletterdheid richt zich op het snel beoordelen van informatie — klopt dit, wie zegt dit, wat is het belang achter dit bericht? Dat is nuttig, maar het is een andere beweging dan wat je doet als je een roman leest. Daar leer je juist vertragen. Je leert een zin twee keer lezen omdat hij je iets deed wat je niet meteen kunt benoemen. Je leert dat betekenis niet altijd transparant is, en dat dat geen gebrek is maar een eigenschap.

Ik geloof dat beide vaardigheden nodig zijn, maar ik maak me er zorgen over dat de snelle variant de langzame aan het verdringen is — ook bij volwassenen, ook bij mezelf als ik eerlijk ben.

Het debuut als spiegel van het moment

Debuten lees ik altijd met extra aandacht, omdat een debutant nog niet weet wat hij niet mag. Er zit in eerste romans vaak iets onbeheersts dat ervaren schrijvers hebben gladgestreken, en soms is dat onbeheerste precies wat een boek nodig heeft. Ik heb de afgelopen jaren een aantal debuten gelezen die rechtstreeks reageerden op maatschappelijke onrust — op polarisatie, op de verhouding tussen generaties, op wat het betekent om ergens bij te horen of juist niet.

Wat me opvalt is dat de beste van die boeken de actualiteit niet als decor gebruiken maar als structuurprobleem. De spanning in de wereld wordt de spanning in de zin, in de verhouding tussen personages, in de manier waarop een hoofdstuk eindigt zonder oplossing. Dat is moeilijker dan het klinkt. Veel debuten kiezen voor een herkenbaar maatschappelijk thema en bouwen daar een plot omheen dat eigenlijk een betoog is. Ik lees ze uit, maar ik herinner ze me zelden.

De debuten die ik onthoud zijn de boeken waarbij ik halverwege niet meer wist aan welke kant de auteur stond — niet omdat het boek vaag was, maar omdat het eerlijk was over de complexiteit van het onderwerp. Dat vergt moed, zeker voor een eerste boek.

Vertaling als politieke daad

Ik wil het ook hebben over vertalingen, want die spelen een rol die groter is dan we vaak denken. Welke buitenlandse boeken in het Nederlands verschijnen, is een beslissing die uitgevers maken op basis van commerciële verwachtingen, literaire smaak, subsidiestructuren en soms puur toeval. Dat betekent dat er een filter bestaat tussen de wereldliteratuur en wat jij in de Nederlandse boekhandel kunt kopen — en dat filter heeft een politieke dimensie, ook al wordt het zelden zo benoemd.

In tijden van maatschappelijke spanning valt me op dat bepaalde stemmen vaker vertaald worden dan andere. Boeken over onderwerpen die in het nieuws zijn, krijgen sneller een vertaling. Dat is begrijpelijk vanuit een uitgeefperspectief, maar het betekent ook dat de literatuur van landen of gemeenschappen die niet in het nieuws zijn, minder zichtbaar wordt. Ik vind dat een verlies, en ik merk het in mijn eigen leeslijst: als ik niet actief zoek buiten het aanbod, lees ik te veel van hetzelfde.

De vertaalkeuze zelf — welk woord, welke toon, hoeveel vreemdheid mag er blijven — is ook een positie innemen. Een vertaler die een ruwe, gebroken stem glad maakt, doet iets wat de auteur misschien niet gewild heeft. Ik let daar steeds meer op, en ik lees vertalersverantwoordingen als ik ze kan vinden.

Wat verkoopt en wat blijft

Dit is het gesprek dat ik het liefste voerde in de boekhandel, en dat ik nu voer met iedereen die het wil hebben: het verschil tussen het boek dat nu verkoopt en het boek dat over twintig jaar nog gelezen wordt. Die twee categorieën overlappen, maar minder dan de bestsellerlijsten suggereren.

Ik denk dat boeken die blijven een bepaald soort ongemak hebben — niet het ongemak van de provocatie, want dat veroudert snel, maar het ongemak van de open vraag. Ze eindigen niet met een antwoord. Ze eindigen met een situatie die je zelf moet beoordelen, en elke keer dat je het boek herleest, beoordeel je het anders omdat jij anders bent. Dat is wat ik bedoel als ik zeg dat een boek de tand des tijds doorstaat: niet dat het universeel is, maar dat het specifiek genoeg is om telkens opnieuw iets te zeggen.

Boeken die nu goed verkopen, zijn vaak boeken die de lezer bevestigen. Ze zeggen: jij hebt gelijk, de wereld is zoals jij denkt dat ze is, en hier is het bewijs. Dat is een aantrekkelijk aanbod, zeker als je het gevoel hebt dat de wereld buiten je controle ligt. Maar het is ook een beetje een leugen, en de beste boeken liegen niet.

Tot slot: lezen als oefening in onzekerheid

Ik kom terug bij waar ik begon: het anders lezen in lawaaiige tijden. Wat ik uiteindelijk zoek in een boek is niet rust, niet antwoorden, niet bevestiging. Ik zoek het gevoel dat iemand iets heeft geprobeerd te begrijpen en eerlijk is geweest over hoe ver ze zijn gekomen. Dat is wat de beste romans doen, wat de beste non-fictie doet, en wat de beste vertalingen mogelijk maken.

Lezen is oefenen in het verdragen van onzekerheid — en dat is precies de vaardigheid die ik het meest nodig heb als de wereld luid is. Niet het snel beoordelen, niet het snel begrijpen, maar het langzaam bewonen van een gedachte die nog niet af is. Dat is iets wat een boek kan, en weinig andere dingen.