Wat een vertaling met een boek doet — en wat niet

Er zijn boeken die je leest en vergeet, en er zijn boeken die je leest in een vertaling die zo goed is dat je vergeet dat je aan het vertalen bent. Dat tweede is zeldzamer dan je denkt. Wat maakt een vertaling tot een eigen werk, en wanneer wordt het een verraad aan het origineel?

De onzichtbare hand van de vertaler

Een vertaler is de meest onderschatte figuur in de boekenketen. Niet de schrijver, niet de uitgever, maar degene die het boek opnieuw schrijft in een andere taal. Dat klinkt groots, maar in de praktijk zie je het zelden terug op de omslag. Soms staat de naam van de vertaler in kleine letters op de titelpagina, soms helemaal niet. En toch is elke keuze die de vertaler maakt, van de lengte van een zin tot de keuze voor een dialect of een archaïsche woordvolgorde, bepalend voor hoe jij het boek ervaart.

Ik denk vaak aan Nelleke van Maaren, die jarenlang Roald Dahl vertaalde voor het Nederlandse publiek. Haar versies zijn zo ingeburgerd dat veel lezers ze niet meer als vertalingen herkennen. De grappige, licht anarchistische toon die Dahl kenmerkt, zit er volledig in. Maar als je de Engelse originelen ernaast legt, zie je ook hoeveel vrijheden ze heeft genomen. Sommige grappen werken simpelweg niet letterlijk. Ze heeft ze vervangen door iets dat in het Nederlands hetzelfde gevoel oproept. Dat is geen fout, dat is vakmanschap.

Het probleem ontstaat wanneer een vertaler te voorzichtig is. Dan krijg je een tekst die klinkt als een vertaling: net iets te formeel, net iets te vlak, met zinnen die in het Nederlands niet helemaal landen. Je leest ze wel, maar ze glijden van je af. De onzichtbaarheid van de vertaler is het hoogste compliment, en tegelijk de reden dat dit werk zo weinig erkenning krijgt.

Wanneer de structuur van een roman in de weg zit

Er zijn romans waarvan de structuur zo nauw verweven is met de taal dat een vertaling structureel onmogelijk is. Niet inhoudelijk, maar ritmisch. Proust is het meest geciteerde voorbeeld, maar ook dichter bij huis zijn er gevallen. De lange, meanderende zinnen van W.F. Hermans hebben een cadans die in het Frans of Engels bijna niet te reproduceren is. Niet omdat de talen het niet kunnen, maar omdat de structuur van die zinnen voortkomt uit een specifieke manier van denken die aan het Nederlands gebonden is.

Ik heb onlangs een herdruk gelezen van een roman die in de jaren tachtig voor het eerst verscheen en nu in een nieuwe vertaling opnieuw uitkomt. De oorspronkelijke vertaling was degelijk maar gedateerd. De nieuwe versie kiest voor kortere zinnen, meer directe dialogen, een tempo dat past bij hoe wij nu lezen. Het is een andere roman geworden, niet beter of slechter, maar anders. En dat roept de vraag op: heeft de lezer recht op een versie die bij zijn tijd past, of heeft de schrijver recht op zijn eigen ritme, ook als dat ritme inmiddels vreemd aanvoelt?

Die vraag is niet academisch. Ze raakt aan hoe wij omgaan met literair erfgoed. Een herdruk in een nieuwe vertaling is altijd ook een redactionele beslissing: dit boek verdient een tweede kans, en die kans geven we het in een jas die de hedendaagse lezer aanspreekt. Dat is een keuze die je kunt verdedigen, maar die je ook eerlijk moet benoemen.

Wat verkoopt en wat blijft

Er is een verschil tussen boeken die bij verschijning veel aandacht krijgen en boeken die tien jaar later nog steeds worden gelezen. Dat verschil heeft niet altijd met kwaliteit te maken, al wil de literaire wereld dat graag geloven. Het heeft ook te maken met timing, met de vraag welk onderwerp op dat moment leeft, en met de manier waarop een boek wordt gepresenteerd.

Debutromans zijn in dat opzicht interessant. Een debuut heeft het voordeel van de nieuwigheid en het nadeel dat niemand weet wie de schrijver is. Uitgevers investeren er soms fors in, met campagnes, interviews en boekhandelsdisplays. Maar de romans die blijven, zijn zelden de romans die het hardst werden gepusht. Ze zijn de romans die iets zeggen wat nog niet gezegd was, of iets zeggen wat iedereen dacht maar nog niet zo had gelezen.

Ik denk aan een roman als De donkere kamer van Damokles van Hermans, die bij verschijning in 1958 gemengde recensies kreeg en nu tot de kern van de Nederlandse literatuur wordt gerekend. Of aan buitenlandse voorbeelden: Stoner van John Williams, dat decennialang vrijwel ongelezen bleef en pas na een heruitgave in 2006 zijn publiek vond. Wat die boeken gemeen hebben, is niet dat ze eenvoudig zijn. Ze zijn juist veeleisend. Maar ze geven de lezer iets terug voor die moeite.

Hieronder een paar kenmerken van romans die de tand des tijds doorstaan:

  • Ze hebben een structurele originaliteit die niet vervangbaar is door een samenvatting
  • De personages zijn tegenstrijdig en daardoor geloofwaardig
  • De taal heeft een eigen ritme dat je na het lezen nog hoort
  • Ze zeggen iets over een tijdperk zonder er een document van te zijn
  • Ze zijn herschrijfbaar in andere talen zonder hun kern te verliezen

Herdrukken als redactionele daad

Een herdruk is nooit neutraal. Elke uitgever die besluit een boek opnieuw uit te geven, maakt een statement: dit verdient aandacht, nu, in deze tijd. Soms is dat een commerciële overweging, soms een literaire, vaak allebei. Maar de lezer die een herdruk oppikt, weet zelden welke afwegingen eraan voorafgingen.

Ik heb de afgelopen jaren steeds meer aandacht gekregen voor de manier waarop herdrukken worden vormgegeven. Een nieuw omslag is meer dan esthetiek: het positioneert het boek opnieuw. Een roman die in de jaren zeventig verscheen met een abstract, kleurig omslag, komt nu misschien uit met een strak, minimalistisch ontwerp dat past bij de huidige boekenmarkt. Bij het bekijken van boekomslagen voor een leesgroep stuitte ik toevallig op een vergelijkbare discussie over hoe presentatie de perceptie stuurt. Zo zag ik dat SignIn in een heel ander domein met raamdecoratie precies hetzelfde principe hanteert: de buitenkant communiceert wat er binnen te vinden is, nog voor iemand naar binnen stapt. Die parallel is niet vergezocht. Een boekomslag en een etalage werken allebei op hetzelfde mechanisme van eerste indruk en verwachting.

Wat een herdruk ook doet, is de tekst canoniseren. Als een boek voor de derde keer wordt uitgegeven, is het moeilijk nog te beweren dat het niet belangrijk is. De herdruk zelf is een argument. En dat argument wordt versterkt door wie het uitgeeft, in welke reeks, met welk nawoord. Paratekst noemen literatuurwetenschappers dat: alles rondom de tekst dat de tekst betekenis geeft. Een nawoord van een gerespecteerde criticus tilt een roman op een voetstuk. Dat voetstuk is niet altijd verdiend, maar het werkt.

Veelgestelde vragen over literaire vertalingen en herdrukken

Waarom staat de naam van de vertaler niet altijd op het omslag?

Dat is een kwestie van traditie en commercie. Uitgevers redeneren dat de naam van de schrijver verkoopt, niet die van de vertaler. In de literaire wereld is er al jaren discussie over dit gebruik. Sommige uitgevers, vooral kleinere literaire huizen, zetten de naam van de vertaler inmiddels wel prominent op de omslag. Maar de grote commerciële uitgeverijen doen dat zelden. Het gevolg is dat vertalers structureel onzichtbaar blijven, ook als hun werk bepalend is voor het succes van een boek.

Wat is het verschil tussen een hervertaling en een herdruk?

Een herdruk is een nieuwe oplage van dezelfde tekst, soms met een nieuw omslag of een nieuw nawoord. Een hervertaling is een nieuwe vertaling van het origineel, gemaakt door een andere vertaler of in een andere periode. Hervertalingen zijn duurder en arbeidsintensief, maar soms noodzakelijk als de bestaande vertaling te gedateerd is of als er nieuwe bronnen beschikbaar zijn die de tekst in een ander licht plaatsen.

Hoe weet ik of een vertaling goed is als ik de brontaal niet ken?

Dat is de fundamentele paradox van vertaalkritiek. Je kunt een vertaling beoordelen op haar eigen merites: klinkt de tekst natuurlijk, heeft ze een eigen stem, is de structuur coherent? Maar of ze trouw is aan het origineel, kun je alleen beoordelen als je het origineel kent. Recensenten die vertalingen bespreken zonder de brontaal te kennen, beoordelen eigenlijk een nieuw boek. Dat is niet per se verkeerd, maar het is eerlijk om dat te benoemen.