Soms vraag ik me af of ik bij het lezen van een vertaald boek eigenlijk wel de schrijver lees, of toch de vertaler. Die vraag is niet retorisch bedoeld. Ze zit me al jaren dwars.
Wat een vertaler eigenlijk doet
Een vertaler is geen doorgeefluik. Dat klinkt als een open deur, maar in de praktijk wordt het werk van de vertaler nog steeds onderschat, ook door mensen die veel lezen. Wat een vertaler doet, is dichter bij herschrijven dan bij omzetten. Elke zin vraagt een beslissing: welk register, welk ritme, welk Nederlands past hier?
Die beslissingen stapelen zich op tot iets wat je vertaalstem kunt noemen. Bij de beste vertalers herken je die stem, zonder dat ze de stem van de schrijver verdringt. Dat is het moeilijkste evenwicht in het vak.
Het ritme als drager van betekenis
Ik lees veel Engelstalige literatuur in vertaling, en het eerste wat ik merk als een vertaling niet klopt, is het ritme. Niet de woordkeuze, niet de grammatica, maar het ritme. Een zin die in het Engels vier lettergrepen heeft en daarna stilte, kan in het Nederlands twaalf lettergrepen vragen. Die stilte verdwijnt dan. En met die stilte verdwijnt soms de hele lading van de zin.
Zinsbouw is in het Nederlands fundamenteel anders dan in het Engels of het Frans. Werkwoorden staan anders, bijzinnen gedragen zich anders. Een vertaler die dat negeert en letterlijk vertaalt, levert een tekst die grammaticaal klopt maar emotioneel leeg aanvoelt.
Wanneer een vertaling een eigen leven gaat leiden
Er zijn vertalingen die verder reiken dan het origineel, althans in de culturele impact die ze hebben. De Nederlandse vertaling van De Catcher in the Rye door Nicolaas Matsier is zo’n geval. Matsier koos voor een taal die tegelijk tijdloos en herkenbaar is, en daarmee gaf hij Holden Caulfield een stem die generaties Nederlandse lezers heeft geraakt.
Dat is een risico dat elke vertaler neemt. Kies je voor de taal van nu, dan veroudert je vertaling sneller dan het origineel. Kies je voor een tijdloze toon, dan loop je het gevaar dat de tekst te glad wordt, te ver van de ruwe energie die de schrijver bedoelde. Er is geen formule voor die afweging. Alleen oordeel.
De zichtbaarheid van de vertaler
Lang was het de gewoonte dat vertalers onzichtbaar bleven. Hun naam stond klein op de titelpagina, als die er al op stond. Dat is veranderd, gelukkig. Uitgevers als De Geus en Querido vermelden vertalers tegenwoordig prominenter, en er zijn lezers die bewust kiezen op basis van wie de vertaling heeft gemaakt.
Ik doe dat zelf ook. Als ik zie dat Harm Damsma of Niek Miedema een boek heeft vertaald, weet ik dat ik in goede handen ben. Niet omdat ze altijd de juiste keuzes maken, maar omdat hun keuzes zichtbaar zijn, doordacht, en soms verrassend. Zo werkt het ook bij het kiezen van een editie van een klassieker: de vertaler is minstens zo bepalend als de auteur. Je kunt op deze pagina zien hoe materiaaldetails in een andere context ook zulke keuzes in presentatie en uitstraling bepalen, maar in de literatuur is het de vertaler die de toon zet.
Debuten in vertaling: een dubbel risico
Een debuut lezen is altijd een gok. Je weet niet of de schrijver zijn belofte waarmaakt in een tweede of derde boek. Maar een debuut lezen in vertaling is een dubbele gok, want je weet ook niet of de vertaler de eigenheid van die stem heeft weten te bewaren.
Debuutvertalingen mislukken vaker dan vertalingen van gevestigde schrijvers, denk ik. Niet omdat de vertalers minder goed zijn, maar omdat een debuut vaak onregelmatig is van toon, zoekend, soms ruw. Die onregelmatigheid is soms het beste aan het boek. Een vertaler die dat gladstrijkt in de hoop het toegankelijker te maken, haalt er precies het interessante uit.
Ik heb dat onlangs ervaren bij een Koreaans debuut dat hier veel aandacht kreeg. De vertaling las vlot, te vlot. De scherpe kanten waren weg. Of die er in het origineel waren, weet ik niet, maar ik miste ze.
Veelgestelde vragen over literaire vertaling
Hoe kun je als lezer een goede vertaling herkennen?
Een goede vertaling leest niet als een vertaling. Dat klinkt paradoxaal, maar het betekent dat de tekst een eigen ritme en stem heeft in de doeltaal, zonder dat die de eigenheid van de schrijver uitwist. Als je tijdens het lezen nooit struikelt over een zin die ‘vreemd’ aanvoelt, is dat een goed teken. Struikelen kan ook mooi zijn, maar dan moet het bewust zijn, niet het gevolg van een slordige keuze.
Waarom worden klassiekers soms opnieuw vertaald?
Taal veroudert, en een vertaling veroudert sneller dan een origineel. Een nieuwe generatie lezers vraagt soms om een nieuwe stem. Daarnaast zijn er ook wetenschappelijke redenen: nieuwe bronnen, betere tekstkritiek, of het inzicht dat een eerdere vertaler cruciale keuzes heeft gemist. Een hervertaling is altijd een interpretatie, en elke tijd heeft recht op zijn eigen interpretatie.
Heeft de vertaler invloed op de ontvangst van een boek?
Absoluut. Een slechte vertaling kan een goed boek kelderen. Een uitstekende vertaling kan een middelmatig boek redden, al is dat zeldzamer. Critici en lezers reageren op de tekst die voor hen ligt, niet op het origineel dat ze niet kunnen lezen. In die zin is de vertaler mede-auteur van de receptie.