Er zijn boeken die je anders leest als je weet dat ze vertaald zijn. Niet beter of slechter, maar anders: met een lichte bijgedachte over wat er tussen het origineel en de Nederlandse tekst is gebeurd, welke keuzes er zijn gemaakt, en of de stem die je hoort werkelijk die van de schrijver is.
De onzichtbare hand van de vertaler
Een vertaling is nooit neutraal. Dat klinkt als een open deur, maar ik merk telkens weer hoe weinig lezers er bij stilstaan. Je pakt een roman van een Japanse of Spaanse schrijver, je leest hem in het Nederlands, en je denkt: dit is de stem van die schrijver. Maar wat je hoort is de stem van de vertaler, gefilterd door die van de schrijver, of andersom.
Vertaalkeuzes beginnen al bij de eerste zin. Hoe lang zijn de zinnen in het origineel? Zijn het aaneenrijgingen, of juist korte stoten? Een vertaler die lange zinnen inkort omdat ze in het Nederlands ‘onleesbaar’ lijken, maakt een stijlkeuze die de schrijver nooit heeft gemaakt. Die keuze kleurt alles wat volgt.
Ik heb dit het sterkst gevoeld bij het lezen van Olga Tokarczuk in twee verschillende edities. De ene vertaling klonk vloeiend, bijna glad. De andere had weerstand, een lichte stroefheid die ik pas later herkende als trouw aan het origineel. Trouw aan het ritme, niet aan de letter.
Wanneer een debuut zijn eigen taal uitvindt
Debuten zijn in dit opzicht bijzonder lastig te vertalen. Een debutant heeft nog geen vaststaande stijl waarnaar vertalers kunnen grijpen als houvast. In plaats daarvan is er iets onafgeronds, soms onbeholpens, dat juist het meest wezenlijke is van dat boek.
Ik denk aan een roman die ik vorig jaar las van een jonge Braziliaanse schrijfster, vertaald vanuit het Portugees. De zinnen waren soms te lang, de beelden te uitbundig, de herhaling te nadrukkelijk. En toch: het werkte. Niet ondanks die eigenschappen, maar dankzij. Een ervaren vertaler had er misschien een gladder boek van gemaakt, maar dan was het ook een ander boek geworden.
Debuutvertalingen vragen om een vertaler die bereid is ongemak te laten staan. Dat is een houding, geen techniek. En het is zeldzamer dan je denkt.
Herdrukken en de vraag of een vertaling veroudert
Een boek dat vijftig jaar geleden vertaald is, klinkt vaak ook vijftig jaar oud. Dat is soms mooi, soms een obstakel. De vraag of een nieuwe vertaling noodzakelijk is, wordt zelden openlijk gesteld, maar speelt voortdurend mee in de beslissingen van uitgevers.
Ik heb de twee Nederlandse vertalingen van Nabokovs Lolita naast elkaar gelegd. Niet om ze te beoordelen, maar om te zien wat er veranderd was. De oudere vertaling was formeler, dichter bij de grammaticale structuur van het Engels. De nieuwere was vrijer, idiomatischer, maar verloor daarmee iets van de theatrale opgeblazenheid die Humbert Humbert zo gevaarlijk maakt.
Herdrukken gaan altijd gepaard met keuzes die de lezer zelden ziet. Wordt de oude vertaling herzien? Wordt er een nieuwe gemaakt? Blijft de naam van de oorspronkelijke vertaler staan? Die vragen zijn niet alleen commercieel, ze zijn ook literair. Ze bepalen welk boek er uiteindelijk in jouw handen belandt.
Soms vraag ik me af of uitgevers vaker verantwoording zouden moeten afleggen over die keuzes. Een korte noot in het colofon, meer dan de naam van de vertaler alleen. Wie heeft besloten dit opnieuw te vertalen, en waarom?
Wat structuur verraadt over intentie
Er is een aspect van vertalen dat nog minder aandacht krijgt dan stijl, en dat is romanstructuur. Hoe een boek is opgebouwd, welke hoofdstukken er zijn, hoe lang ze zijn, of er witregels zijn of juist niet: dat zijn allemaal keuzes van de schrijver die in de vertaling bewaard moeten blijven. Maar soms worden ze stilzwijgend aangepast.
Ik las een Koreaanse roman waarin de hoofdstukken geen titels hadden maar nummers, en de nummers geen volgorde leken te volgen. In de vertaling waren de nummers vervangen door titels. Ergens, op een redactievergadering, heeft iemand besloten dat dit toegankelijker was. Misschien was het dat ook. Maar het veranderde de manier waarop ik als lezer door het boek bewoog.
Structuur is betekenis. Een roman die bestaat uit losse fragmenten zonder overgang vraagt iets anders van de lezer dan een roman met duidelijke hoofdstukken. Als een vertaling die structuur gladstrijkt, verdwijnt een deel van de intentie van de schrijver. Niet per ongeluk, maar door een keuze die als verbetering werd bedoeld.
Ik denk ook aan witregels. In sommige edities zijn ze weggelaten of toegevoegd, afhankelijk van de opmaak. Dat lijkt een technisch detail, maar een witregel is een ademhaling. Verwijder je die, dan verandert het tempo van het boek.
Wat verkoopt en wat blijft
Er is een verschil tussen boeken die verkozen worden en boeken die beklijven. Dat verschil heeft niet altijd te maken met kwaliteit, maar soms met de zichtbaarheid van de vertaling zelf. Een boek met een slechte vertaling kan goed verkopen omdat het onderwerp aanslaat. Een boek met een magistrale vertaling kan onopgemerkt blijven omdat niemand weet hoe goed het is.
Literaire vertalers worden in Nederland beter erkend dan vroeger. Er zijn prijzen, er is aandacht in de literaire pers, er zijn vertalers die een eigen lezerspubliek hebben opgebouwd. Toch blijft de vertaler op de meeste boekomslagen een naam in klein lettertype, onder de naam van de schrijver.
Ik heb een paar jaar geleden bewust een periode ingelast waarin ik alleen boeken las waarvan ik de vertaler kende. Niet als experiment, maar omdat ik nieuwsgierig was of dat mijn leeservaring zou veranderen. Het veranderde die inderdaad. Ik lette anders op ritme, op woordkeuze, op de momenten waarop een zin net iets te netjes was afgerond. Soms vroeg ik me af of dat de vertaler was, of de schrijver, of het verschil tussen die twee kleiner is dan we denken.
Wat blijft, zijn boeken waarbij vertaling en origineel zo goed op elkaar zijn afgestemd dat je het onderscheid niet meer voelt. Dat is geen toeval. Dat is werk, onzichtbaar en precies, dat meer informatie over het vakmanschap achter zo’n samenwerking zelden op de flaptekst terechtkomt. De beste vertalingen zijn de vertalingen die je vergeet dat ze vertalingen zijn.
Veelgestelde vragen over vertaalkeuzes in literatuur
Hoe weet ik of een vertaling goed is als ik het origineel niet ken?
Dat is precies de kern van het probleem. Je kunt het eigenlijk niet weten, tenzij je twee vertalingen naast elkaar legt of een recensie leest van iemand die het origineel wel kent. Wat je wel kunt doen, is letten op inconsistenties in stijl: momenten waarop een zin plotseling anders klinkt dan de rest, of een woordkeuze die niet helemaal past. Die signalen wijzen soms op een vertaalprobleem, soms op een keuze van de schrijver zelf.
Waarom worden sommige klassiekers opnieuw vertaald?
Taal veroudert, en daarmee ook vertalingen. Woorden die in 1960 gewoon waren, klinken nu gedateerd of hebben een andere lading gekregen. Bovendien veranderen literaire normen: wat vroeger als goed vertaald gold, voldoet nu misschien niet meer aan de verwachtingen van lezers of uitgevers. Een nieuwe vertaling is dus niet altijd een oordeel over de oude, maar een antwoord op veranderde omstandigheden.
Heeft de vertaler invloed op hoe ik een schrijver ervaar?
Absoluut. Als je Dostojevski leest in een vertaling die zijn zinnen inkort en zijn herhaling wegwerkt, lees je een andere schrijver dan degene die zijn tijdgenoten lazen. Dat is geen reden om geen vertalingen te lezen, maar wel een reden om je bewust te zijn van de laag die er altijd tussen jou en het origineel zit. Die laag is niet per definitie een verlies. Soms is het ook een winst.